schaakflitsen 78 Donner erelid van DD

150 jaar DD: Jan Hein Donner (1927-1988), erelid van DD

Van dr. ir. Hazewindus, die na 12 jaar DD en verhuizingen voor ASC en vervolgens voor Eindhoven (Philips!) ging spelen, staan in 150 jaar DD treffende herinneringen aan Jan Hein Donner. Bij binnenkomst in DD in 1952 was Hazewindus middelbare scholier en studeerde Donner in Amsterdam, tenminste nominaal: toen hij tot erelid werd benoemd, kreeg hij van voorzitter Zittersteyn een vulpen aangeboden en de dringende raad nu eerst zijn studie af te maken. Donner speelde toen al aan het eerste bord van DD. “Ik heb later vaak de martelende onzekerheid van de teamleider van ‘het eerste’ meegemaakt die zondagochtend om 11 uur negen DD’ers achter de borden had, maar het eerste nog onbezet zag. Hierin was hij overigens nog goed af in vergelijking met zijn collega’s van ASC en VAS – ik herinner me een uitwedstrijd van DD waarin de teamleider van de thuisclub de grootste moeite had om het vijftal niet-opgekomen spelers nog net voordat de partijen verloren verklaard zouden worden, uit bed en achter het bord te krijgen”.

Drs W. Vink schrijft met veel warmte over Jan Hein Donner. Donner werd in 1944 lid, in 1954 erelid, en ook al ging hij in Amsterdam wonen, hij is nooit van club veranderd. Van groot belang voor DD waren zijn externe wedstrijden voor DD, waarbij zijn bijdrage aan het behalen van het DD-clubkampioenschap van Nederland in 1954 en 1956 essentieel is geweest. Weliswaar was zijn komst altijd onzeker, zijn er inderdaad ook een paar reglementaire nederlagen geweest, maar er kon altijd een beroep op hem worden gedaan en hij heeft gedenkwaardige simultaans bij DD gegeven, gezien ook andere bijdragen aan het boek, waarin Jan Joost Lindner (inderdaad bekend van de Volkskrant) en Hazewindus, simultaanoverwinningen op Donner hebben opgetekend. Vink heeft ook twee prachtige partijen van Donner voor het boek geselecteerd, zie ook hierna. Vink haalt eerst Donner aan over zijn gespeelde partijen. In het kort zegt Donner hierover dat hij eigenlijk nooit een schaakpartij heeft gespeeld waar hij achteraf helemaal tevreden over was. Veel “meesterwerken” bleken bij nader inzien “veel fouten en duistere passages” te bevatten. Misschien vertoont één zeer korte partij iets van de perfectie die Donner altijd heeft nagejaagd, maar die hij helaas vrijwel nooit wist te bereiken en hij is Troianescu dan ook heel erkentelijk dat die hem in staat stelde dit juweeltje te produceren.

                 1.Na Dc6                                     2. Na Kf8

   

1. Jan Hein Donner – Octavio Troianescu 1-0. Wageningen, zonetoernooi 1957. In dit zonetoernooi scoorde Donner de meeste winstpartijen, maar liefst 11, en werd hij met Larsen gedeeld derde met 12,5/17. Winnaar werd Laszlo Szabo met 13,5/17 en tweede Fridrik Olafsson met 13/17. Txb7! Pf5!; Ld5!! Dc2!; Tc1!! De2?; Lf7+!! en 1-0 vanwege mat in 3 zetten. Schitterend gespeeld door Donner. Maar zelfs nu dreigt wellicht weer wat Donner in alle bescheidenheid zelf al naar voren bracht. Want Fritz zou niet De2? Spelen maar Dxb2! En dan zou Fritz verder gaan als volgt: …Dxb2!; Txf7 Txc1+; Lxc1 Txf7; Lxf7+ Kxf7; Dxh7+ Dg7; Dxg7+ Kxg7 en hierna resteert voor wit nog slechts een klein voordeeltje (?).

2. Jan Hein Donner – Bent Larsen 1-0. Wageningen, zonetoernooi 1957. Donner wint nu prachtig met: Txh7 Lb7; Tf1+ Ke8; Lg7! Td8; Tf8+ Kd7; Lf6+ en 1-0.

Tot besluit nog een anekdote uit de biografie Hein Donner van Alexander Münninghoff: Donner wordt tijdens het toernooi in Santa Monica 1966 de toegang geweigerd in een nachtclub boven de 18. Hij roept ontsteld: ‘But Sir, I am 39!’ Larsen die erbij was bevestigt dit waarna de portier Donner doorliet ‘because nobody lies that much’.

Bram Doeves (bramdoeves@gmail.com)